kynologisch instructeur


 

Stand van zaken ‘kynologisch instructeur’



Het bestuur van de Raad van Beheer heeft de volgende uitvoeringsregels voor de organisatie en de uitvoering van examens Kynologisch Instructeur en beoordeling van de kandidaten voor deze examens vastgesteld. Het reglement is geldig vanaf 7 oktober 2010.
Op de site van de Raad, www.raadvanbeheer.nl zijn de verdere stukken te lezen, tevens is de site www.c-ki.nl beschikbaar.
Zoals bij onze leden al lang bekend is O&O een van de grote voortrekkers geweest bij het opstellen van de eindtermen die de basis vormen voor het examen kynologisch instructeur. Deze eindtermen zijn zowel door de aanbieders van cursussen die een bijdrage geleverd hebben aan het maken van de eindtermen als door de Raad van Beheer erkend. Een aantal van de aanbieders valt niet onder de erkenning van de Raad van Beheer. Het bleek moeilijk te zijn om tot een theoretisch en praktisch examen te komen. Met name het verschil visie over het niveau van het praktijk examen kynologisch instructeur vormde hier een groot probleem.
De Raad heeft een reglement vastgesteld dat per 7 oktober 2010 geldig is. O&O heeft dit op site van de Raad en de Commissie Kynologisch Instructeur kunnen lezen. Na een aantal contacten met de Raad willen wij de volgende punten van zorg met jullie delen:

  1. Slechts één lid van de commissie kynologisch instructeur zoals benoemd door de Raad is beperkt betrokken geweest bij de maken van de eindtermen. Tijdens het samenstellen van de eindtermen is op vele punten nog niet de ‘diepgang’ van zowel de theoretische kennis als de praktische vaardigheden vastgelegd. Het was de bedoeling om hier gezamenlijk aan verder te gaan, maar dit is niet gebeurd. O&O maakt zich niet alleen grote zorgen over het niveau van het examen, maar ook over aansluiting van het examen bij het oorspronkelijke doel van kynologisch instructeur (gericht op de opvoeding van de huishond, waarbij de levensbehoeften van de hond en het goed functioneren van geleider en hond binnen onze maatschappij centraal zou staan). De ‘titel’ kynologisch instructeur zoals door de Raad aangeboden zal hierdoor geen vrijstellingen kunnen geven voor een aantal vervolgcursussen zoals aangeboden door o.a. O&O, maar dit zal zeker ook gelden voor een aantal van de andere aanbieders van cursussen. Het blijft dus belangrijk om een wel overwogen keuze te maken waar een cursus te volgen, zeker als er plannen zijn om een vervolgcursus te gaan volgen!

  2. In de voorwaarden voor benoeming is in artikel 13 het volgende te lezen: ‘De Kynologisch instructeur vervult geen functie bij een niet aangesloten vereniging die actief is op het gebied van een of meer takken van hondensport, noch verleent hij/zij medewerking of neemt deel aan enig door een zodanige vereniging georganiseerd evenement, indien een dergelijk evenement in of krachtens het Kynologisch Reglement is gereglementeerd. Voor de toepassing hiervan wordt onder vereniging mede verstaan iedere andere rechtspersoon of groep van personen die actief is op het gebied van een of meer takken van hondensport’. Het ‘legaal’ deelnemen aan activiteiten die georganiseerd worden door aanbieders die opereren buiten de ‘erkende’ kynologie is dus niet toegestaan! De vele, vaak zeer leerzame en goed georganiseerde evenementen, gaan aan de neus van de kynologisch instructeur voorbij. Dit leidt ertoe dat veel kennis niet ten goede kan komen aan de cursisten, hetgeen nooit de bedoeling kan en mag zijn! Over dit onderwerp heeft O&O contact kunnen opnemen met Hugo Stempher, bestuurslid en portefeuillehouder opleidingen van de Raad van Beheer. In zijn antwoord kregen we te horen dat deze beperking ook verankerd ligt in artikel IV-5 van het Kynologisch Reglement. Dit betekent dat de kynologisch instructeur dus altijd dezelfde beperkingen krijgt opgelegd als een exterieurkeurmeester. Er is echter een heel groot verschil: een zeer groot percentage van de evenementen waar de exterieurkeurmeesters worden gevraagd of aan zouden willen deelnemen spelen zich af binnen de ‘erkende’ kynologie, voor de kynologisch instructeur is dit geheel anders. Slechts een klein deel van de trainingen en een heel klein deel van de lezingen, workshops, cursussen, etc. worden gegeven door verenigingen die erkend zijn door de Raad van Beheer. Reglementen die een dermate grote beperking opleggen zijn niet meer van deze tijd en O&O zal proberen, als lid van de Raad van Beheer, hier verandering in de brengen.

  3. In de overgangsregelingen is te lezen dat een instructeur uitsluitend gebruik kan maken van deze regeling indien hij les heeft gegeven bij een Regionale Vereniging en daarvan een verklaring van de desbetreffende vereniging kan overleggen. Deze beperking is zeer onwenselijk en zeker niet passend als we naar de samenstellers van de eindtermen kijken: Gaus, Quiebus, O&O, Cynophilia, bijgestaan door o.a. Joanne van den Borg, Eef ter Mors en anderen.


De situatie op dit moment:
O&O raadt haar leden aan om niet gebruik te maken van de mogelijkheid om benoemd te worden door de Raad van Beheer.